Kinder diabeteszorg Zuid Limburg

balloons

Sportadviezen

Diabetes en sport

De volgende adviezen  zijn algemene richtlijnen.

Individueel kunnen er dus andere adviezen gelden.  Neem voor een persoonlijk advies contact op met uw behandelteam. 

kinderdiabetes@atriummc.nl of diabetes.kindergeneeskunde@mumc.nl

 

1. Algemene aspecten:

  • Lichamelijke activiteit wordt bij kinderen met diabetes sterk aanbevolen.
  • Sport heeft een gunstige invloed op de insulinebehoefte c.q vermindert de insulineresistentie.
  • Sport heeft geen invloed op de HbA1c waarde, wel op vermindering van de kans op hart en vaatziekten en kwaliteit van leven
  • Te weinig insuline tijdens inspanning leidt tot hyperglycemie t.g.v. verminderde glucoseopname in de spier en verhoogde productie in de lever
  • Te veel insuline tijdens inspanning leidt tot hypoglycemie tijdens of na de inspanning
  • Correctie van insulinedosering bij sporten is zeer individueel
  • Bij bepaalde vormen van sport zoals zwemmen moeten ruime bloedsuikers nagestreefd worden (10-12 mmol/l) om verschijnselen van hypoglycemie absoluut te voorkomen.
  • Denk ook aan lichamelijke inspanning bij winkelen en wandelen.

2. Werkingsmechanisme sport en diabetes:

  • Glucosevoorraad in spieren en lever (glycogeen) is voldoende als brandstof voor 1,5 uur sporten
  • De belangrijkste energiebron tijdens inspanning zijn de koolhydraten en de glucosevoorraad in spieren en lever
  • Tijdens inspanning is minder insuline nodig voor glucosetransport naar de lichaamscel. Deze toegenomen insulinegevoeligheid kan variëeren tussen de 8 en 18 uur na de inspanning.  

3. Praktische aspecten: 

3.1. Glucosemeting:

  • Altijd vóór inspanning glucose meten
  • Altijd glucose meten na inspanning en voor slapen (streefwaarde:glucose hoger dan 7 mmol/l voor de nacht)
  • Een goede glucosewaarde voor de inspanning, ligt tussen 5 en 10 mmol/l
  • Niet sporten bij glucose hoger dan 15 mmol/l en/of bloedketonen. U dient eerst de hoge glucosewaarde en/of ketonen te corrigeren. 

3.2. Insuline:

  • Indien sprake is van overgewicht/obesitas, liever minder spuiten i.p.v. meer eten. Slechts bij zware inspanning dienen ook extra koolhydraten genuttigd te worden.
  • Insulinedosis (directwerkend) vóór de inspanning verlagen met 10 à 50 % afhankelijk van de duur en de mate van inspanning.
  • Bij aanpassen van insuline ook rekening houden met het tijdstip van sporten. Soms is het nodig ook de avond/nachtdosis insuline (langwerkend)  te verlagen.
  • Bij langdurig sporten (sportdag) alle insulinedosis gedurende hele dag omlaag en ook de langwerkende insuline 's avonds.
  • Liefst geen insuline spuiten in het lichaamsdeel dat de meeste inspanning moet leveren.
  • Hou rekening met  piekactiviteit van insuline tijdens ichamelijke inspanningen.

3.3. Voeding

  • In principe liever minder spuiten i.p.v. meer eten ( zie boven)
  • Bij glucose lager dan 5-6 mmol/l voor start inspanning altijd eerst extra koolhydraten.
  • Altijd snel werkende glucoses bij je hebben
  • Eten tijdens en na inspanning afhankelijk van de duur en de mate van inspanning.
  • Voor en tijdens sporten voldoende drinken. Houdt rekening met extra vocht verlies bij warm weer.

3.4. Veilig sporten

  • Zorg dat je altijd je bloedglucosewaarde kunt controleren.
  • Noteren wat eerdere effecten zijn van extra koolhydraten en/of minder insuline in combinatie met sport, om goed voorbereid aan de volgende inspanning te beginnen. 
  • Altijd snel werkende glucoses bij je hebben (bijvoorbeeld dextro). 
  • Zorg dat de omgeving weet wat te doen in geval van nood. (bijvoorbeeeld ernstige hypo, bewustzijnsverlies).
  • Tijdens wintersport insuline en controlemateriaal dragen onder de kleren om bevriezing of niet functioneren te voorkomen. 

5.Pomptherapie: 

5.1 Algemene aspecten

  • Zie ook de algemene aspecten punt 1, 2 en 3.
  • De pomp kan beschermd worden door een sportguard.
  • Het tijdstip van sporten is belangrijk.
  • Voor een maaltijd is verlagen van de basaal stand of het kortdurend loskoppelen voldoende.
  • Na de maaltijd is het belangrijk om ook de maaltijdbolus  te verminderen
  • Tijdens wintersport de pomp dragen onder de kleren om bevriezen van de insuline te voorkomen

5.2.Loskoppelen van de pomp tijdens sporten

  • Loskoppelen van de pomp maximaal 1-2 uur.
  • Bij het loskoppelen van de pomp: de pomp altijd door laten lopen dus niet stoppen.
  • Pomp altijd afdoen bij contact en/of watersporten.

5.3Pomptherapie en zwemmen:

  • Pomp mag niet in het water
  • Indien langdurig de pomp moet worden afgekoppeld, neem vooraf contact op met het behandelteam. 

 6.Referenties

  • Mc Culloch DK, Effects of exercise in diabetes mellitus in adults. Up to date 2003
  • ISPAD Consensus Guidlines for the management of type 1 diabetes mellitus in children and adults.
  • Hanas R. Type 1 diabetes bij kinderen adolescenten en jong volwassenen
  • Skyter J. The insuline pomp therapy book

Kinderdiabeteszorg Zuid Limburg - © 2009 - Disclaimer
Deze site is mede mogelijk gemaakt door
logo